Binnen zonder kloppen in de wereld van

Bie Baert

Bie Baert woont en werkt tussen de stukken die ze verkoopt. Haar huis in Brecht is showroom, schuiloord en schouwtoneel tegelijk. Alles wat er hangt, staat en ligt, draagt haar handtekening: een hoekje af, en het patina van het verleden erop. Ondertussen handelt ze al dertig jaar in kunst, antiek en excentrieke stukken. Maar noem haar geen antiquair alsjeblieft: “Ik vind dat een veel te stoffig begrip.” We vroegen Bie het kleurrijke hemd van het lijf over schattenjachten, trouvailles, haar kijk op doorleefde objecten en de kunst van het leven.

Foto's © roxannedanckers

Aan de deur van haar slaapkamer hangt een koperen plaatje: Entrez sans frapper. Bie kocht het decennia geleden op het Vossenplein in Brussel, en nam het telkens mee bij een verhuis. “Ik vond het zo leuk dat ik het altijd aan de deur van mijn winkels heb gehangen. Nu hangt het aan de slaapkamerdeur. Ik moest het ergens kwijt en daar staan tenslotte ook meubels die te koop zijn”. Het gekoesterde kleinood zegt veel over Bies persoonlijkheid: open, warm, benaderbaar. “Dat hoor ik wel vaker. Ik kan niet op een terras gaan zitten zonder een boek. Anders spreken mensen mij voortdurend aan. Als ik niet voor dit vak had gekozen, had ik psycholoog moeten worden.”

Ze vertelt het met een brede glimlach die de toon zet voor de rest van het gesprek: Bie straalt joie-de-vivre uit, en haar kleding verraadt een flamboyante inborst. “Ik draag graag kleurrijke kleren, zelfs glitters en pailletten. Comfort is wel belangrijk, vandaar dat het oversized mag zijn. Ik had eergisteren nog een vestje aan dat ik rond mijn vijfentwintigste heb gekocht. Dat was toen oversized, anders zou ’t nu niet meer passen.” (lacht)

Besef van eindigheid doet leven

Bie is de zestig gepasseerd. Voor iemand met een ‘publiek’ gezicht is dat een leeftijd waarop veel mensen zwichten om aan hun uiterlijk te sleutelen. “Het hakt er soms wel in, ouder worden. Als ik mijn nek zie in de spiegel, bijvoorbeeld. En toch zeg ik dagelijks tegen mezelf: ik wil oud mógen worden. In mijn familie langs moederskant sterven ze jong. Mijn mama was als een bloem waar ze ineens ‘t licht bij uitdeden. Laat mij maar oud worden en tonen dat ik geleefd heb. Soms zie ik een oudere dame met rimpels, en tegelijk zo’n energie en goesting om te leven. Dat vind ik ongelooflijk schoon. Als er één ding is waarvan ik spijt heb, dan is het dat ik te lang onzeker ben geweest. What a waste of time. Met de jaren wordt het makkelijker om fuck it te zeggen.”

Van steentjes naar eigen universum

Dat Bie geen blad voor de mond neemt en op haar strepen staat, is mooi meegenomen in het ‘mannenbastion’ waarin ze werkt. “Ik ben halverwege de jaren 90 gestart met antiek, maar het zat van jongs af in mijn bloed. Als kind was ik al bezig met dingen en mensen mooier maken, het gezellig maken. Ik bracht steentjes en andere hebbedingen mee naar huis. Overal zag ik wel iets in.”

“Op de humaniora was ik een ramp in tekenen, maar als we collages moesten maken, kreeg ik een tien. Het heeft lang geduurd voor ik gesprongen ben, want voor antiek had je geld en maturiteit nodig. Aan dat laatste werk ik nog altijd. (lacht) Maar ik heb het toch maar gedaan, een wereld van Bie Baert gecreëerd.”

Hoe die wereld eruitziet? In Stukken van mensen vang je er een glimp van op. Via haar website en Instagram krijg je haar hele universum te zien. Bie valt voor bizar en bijzonder – van antiek en kunst tot vintage en rariteiten. “Ik heb altijd op buikgevoel gekocht. Nu ken ik het vak als mijn broekzak, door fouten te maken en af en toe goed op mijn bek te gaan. Maar uiteindelijk moet het gewoon kloppen, ik moet er gelukkig van worden, anders koop ik het niet. Ik woon tenslotte tussen de spullen die ik zelf heb uitgekozen.”

Het programma loopt al tien jaar en Bie was er van bij de start bij. “Een half miljoen kijkers per aflevering, nooit durven denken dat het zo’n succes zou worden. Ik was al Bie Baert voor ik op tv kwam natuurlijk. Mensen die op zoek waren naar iets voor hun interieur, wisten mij wel te vinden. Maar televisie vergroot je bekendheid.” De keerzijde: elke dag mails van mensen die denken dat er schatten op hun zolder liggen. “In die tien jaar ben ik één keer in mijn auto gesprongen om te gaan kijken, niet meer. Maar daar kreeg ik dan ook stukken aangeboden waar ik alleen maar kon van dromen. Pure designklassiekers uit de jaren 70, inclusief aankoopfactuur. De grot van Ali Baba dus.”

Cirkel van kopen en verkopen

Bies huis was aanvankelijk een pak kleiner. Ze heeft het geleidelijk aan verbouwd en uitgebreid om er een thuis annex showroom van te maken. “De stijl houdt het midden tussen cottage en Provence, licht en kleurrijk, met veel curiositeiten. Maar geen prijskaartjes alsjeblieft.”

In de wereld van Bie hoort geen hokjesdenken thuis. Een achttiende-eeuwse commode naast een designzetel. Een driehonderd jaar oude tafel bij een werk van een hedendaagse kunstenaar. Academische tekenpoppen, keramiek, tafels waarvan het blad is hergebruikt. “Ik heb wel altijd graag golfbewegingen gevolgd, maar voor de rest laat ik me leiden door mijn intuïtie en mijn gevoel voor compositie.” Voor elk stuk dat weggaat, komt er iets nieuws in de plaats. “Ik koop en verkoop. Die cirkel blijft draaien. Ik voel dan ook geen spijt als ik iets verkoop. Het is uiteindelijk maar materie, en ik laat me graag verrassen door nieuwe stukken.”

Toch zijn er objecten waarvan Bie geen afstand wil doen. De schedel van een holenbeer bijvoorbeeld, haar mascotte sedert de jaren negentig. “Ik heb financieel pittige tijden gekend waarin ik die voor veel geld had kunnen verkopen. Maar ik ben blij dat ik het niet heb gedaan, want hij is en blijft mijn geluksbrenger.” Ook de lamp boven de eettafel is een blijver, door een vriend op maat gemaakt voor dit huis. “Hij is er jammer genoeg niet meer, dus ik kan hem niet meer vragen om er nog een te maken. Zolang ik hier woon, blijft die lamp hangen.”

De poëzie van het patina

Bie is allang afgestapt van alleen antiek verkopen, maar het respect voor oude stukken blijft. “Ik zit hier naast een houten tafeltje van pakweg driehonderd jaar. Dat heeft een patina dat je niet kunt namaken. Daar moet iets drie eeuwen voor geleefd hebben.” In dat patina schuilt schoonheid – een moeilijk te definiëren concept. “Ik zeg nooit: het is mooi of het is lelijk. Ik zal eerder zeggen: dit klopt, het raakt mij. Ik zie schoonheid in lelijkheid, en lelijkheid in schoonheid. Ik hou van de poëzie van het verval. Ik kan soms getroffen worden door een perfect gebit, maar evengoed door iemand die eruit springt door een litteken, wijnvlek of vuurrood haar.” Het is dezelfde blik waarmee ze een voorwerp aankoopt: de emotie weegt zwaarder door dan de commerciële waarde. “Zo’n gevoel in je buik: ja, dát wil ik hebben.”

Dat Bie stukken een tweede leven geeft, maakt haar vak vanzelf duurzaam, lang voor het woord in zwang kwam. Ook in haar kleerkast hangt tweedehands. “Nu noemen mensen dat duurzaam. Het kind moet een naam hebben. Maar ik heb dat altijd fijn gevonden: geleefde dingen opwaarderen. Je haalt er meer voldoening uit dan uit nieuwe spullen.”

Bezige Bie, altijd onderweg

Waar Bie ook plezier uithaalt: een compleet interieur inrichten. “Dat is echt een feestje voor mij. Ik werk samen met interieurarchitecten en decorateurs. Die kennen mijn stijl en weten waarvoor ze bij mij terechtkunnen. Maar verkoop aan particulieren doe ik even graag: als ze een klik voelen met wat ik verkoop, klikt het dikwijls ook op menselijk vlak.”

Bij particulieren gaat Bie vaak zelf leveren met de camionette. En net zoals in de begindagen, rijdt ze nog altijd met de bestelwagen naar Frankrijk en Spanje op schattenjacht. “In mijn beginperiode waren antiquairs altijd mannen, van wie de vrouw dan de verkoop deed. Terwijl het spannende aan deze job net die speurtocht is. Dat wil ik zo lang mogelijk blijven doen. Er zitten ook veel excentrieke figuren in mijn vak, mensen met een hoek af, levensgenieters zoals ik. De kunst van het leven is simpelweg het leven léven. Haal eruit wat erin zit. Doe een job waar je blij van wordt. En als er dingen op je pad komen, rol erin.”

Klein geluk koesteren

Bie heeft altijd voor haar vak geleefd. Dat betekent ook keuzes maken, zoals kinderloos blijven. “De traditionele verwachting van trouwen en kinderen krijgen, dat paste niet bij mij. Die kinderen zouden veel tijd in camionetten gesleten hebben.” (lacht) Van eenzaamheid nochtans geen sprake. “Alleen zijn is niet hetzelfde als eenzaam zijn. Ik ben lang alleen geweest, maar heb mij pas eenzaam gevoeld in een foute relatie. Sinds een paar jaar heb ik een latrelatie en daar voel ik mij heel goed bij. Mijn partner werkt vaak in ’t buitenland, en dan mis ik het soms wel om dingen te delen. Gewoon iets dat gelukt is, de tulpen die uitkomen. Ik herinner mij de woorden van Dirk De Wachter: ‘je zou mensen een Bongo-bon moeten geven voor een weekend in eigen tuin’. We zijn allemaal overprikkeld. Rouw en verdriet krijg je sowieso cadeau. Des te meer reden om de goeie, simpele momenten te koesteren en je met positieve mensen te omringen. Dus trek ik soms een streep door mijn agenda om vrienden te bezoeken of naar zee te gaan.”

het Kaderstuk: Een rode Eames voor Knokke

Knokke is voor Bie pure nostalgie. “Ik ben een meisje van het Waasland. Als we naar de kust gingen, was het altijd Knokke, al was het maar omdat die badstad het dichtstbij was. Ik hou van de kust, van winterse wandelingen op het strand, van staren naar de zee als een tableau vivant waarvan het uitzicht constant verandert.”

Bie heeft veel klanten in Knokke. Hun huizen en appartementen zijn vaak strak en licht. “Dat geeft een bepaalde rust, maar ik breng er graag warmte in. Een knalgele lamp, een kleurrijk schilderij, of een rode Eames Lounge Chair. De oude natuurlijk, met het prachtige lederen patina.”

Share this post

Start typing and press Enter to search

Shopping Cart